De KNVB-regels

De KNVB-regels

zonder respect geen voetbal

Vanaf het seizoen 2013-2014 zijn door de KNVB enkele belangrijke regels gewijzigd zoals:

  • het visueel controleren van de spelerspassen voor en na de wedstrijd
  • het invoeren van de tijdstraf bij de 1e gele kaart voor competities in de B Categorie

Hieronder de regels zoals die zijn vermeld in het bewaarnummer van de KNVB seizoen 2013 – 2014

 

Tijdstraf bij gele kaart

Spelers krijgen een tijdstraf van tien minuten bij de eerste gele kaart, als ‘automatische afkoelperiode’. Dit geldt voor iedereen in de B-categorie junioren en senioren (75 procent van het totaal). Gele kaarten komen hiermee niet meer op het wedstrijdformulier te staan en kunnen verder dus evenmin leiden tot een uiteindelijke schorsing. Krijgt een speler in dezelfde wedstrijd een tweede gele kaart, dan is dit evengoed ‘rood’ en moet hij meteen vertrekken. Alleen nog na directe rode kaarten volgt de gebruikelijke tuchtrechtelijke procedure. Bijkomend voordeel van deze maatregel is dat de KNVB hiermee de administratieve last van verenigingen verlaagt.

In de categorie B wordt gewerkt met een tijdstrafregeling zoals hieronder aangegeven. De scheidsrechter is verplicht deze tijdstrafregeling toe te passen.

  1. Tijdstraf kan niet worden opgelegd aan elftallen die uitkomen in de categorie A van het veldvoetbal. Tot de categorie A behoren:
    • mannen veldvoetbal standaard topklasse t/m de 6e klasse;
    • mannen veldvoetbal reserve hoofdklasse t/m de reserve 3e klasse (voor district Zuid II ligt de grens bij de reserve 4e klasse);
    • vrouwen veldvoetbal Women?s BeNe League t/m 3e klasse;
    • A-, B-, C-junioren eredivisie t/m de 1e klasse;
    • D-pupillen 1e divisie t/m hoofdklasse.
  2. Een tijdstraf duurt 10 minuten. Voor alle pupillen, met uitzondering van de D-pupillen categorie A (geen tijdstrafregeling), geldt een tijdstraf van 5 minuten.
  3. Het opleggen van een tijdstraf heeft geen verdere gevolgen voor de betrokken speler, dat wil zeggen dat er later geen andere straf uitgesproken kan worden.
  4. Het toezicht op de speler aan wie tijdstraf is opgelegd, is in handen van de scheidsrechter. Hij houdt ook de tijd bij en noteert de naam van de speler aan wie tijdstraf is opgelegd. Als de tijdstraf om is, mag na een teken van de scheidsrechter de speler het speelveld weer betreden.
  5. Een speler moet zich op het moment dat hij een tijdstraf ontvangt ophouden buiten het speelveld, doch binnen de omrastering van het speelveld, in een door de scheidsrechter aan te geven gebied.
  6. De tijdstraf gaat in bij het hervatten van het spel. Als de scheidsrechter de tijd stil zet, staat ook de tijdstraf stil.
  7. De tijdstraf kan slechts eenmaal per speler per wedstrijd worden opgelegd bij een waarschuwing. Hierbij moet de scheidsrechter wel de gele kaart tonen. Krijgt een speler een tweede waarschuwing dan volgt de rode kaart. De speler aan wie tijdstraf is opgelegd, blijft onder de rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter.
  8. Een speler, aan wie tijdstraf is opgelegd, kan gedurende zijn tijdstraf niet worden vervangen.
  9. Indien aan de aanvoerder van een elftal tijdstraf is opgelegd, moet zijn taak gedurende de tijdstraf aan een andere speler worden overgedragen. Hij mag ook geen toelichting aan de scheidsrechter vragen op de genomen beslissingen.
  10. Indien een wisselspeler of de trainer/coach een waarschuwing krijgt, toont de scheidsrechter direct de rode kaart.
  11. Als een doelverdediger tijdstraf krijgt opgelegd, dan moet een andere speler zijn plaats als doelverdediger innemen. De als doelverdediger optredende veldspeler zal door het aantrekken van afwijkende kleding als doelman herkenbaar moeten zijn.
  12. Als een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken, omdat de rust aanbreekt, dan zal hij het resterende gedeelte van de tijdstraf in de tweede helft dienen te ondergaan. Is de tijdstraf van een speler nog niet om bij het einde van de wedstrijd, wordt hem de rest kwijtgescholden.
  13. Indien een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken omdat de wedstrijd wordt gestaakt, dient hij het restant te ondergaan vanaf de spelhervatting. Dit betekent dat, indien de wedstrijd alsnog uitgespeeld dient te worden op een later tijdstip, de desbetreffende speler aan wie een tijdstraf was opgelegd niet aan het restant van de wedstrijd mag deelnemen totdat de volledige tijdstraf is uitgezeten. Mocht deze speler niet meer aan de wedstrijd meedoen, dient een andere speler zijn tijdstraf uit te zitten.
  14. Als het aantal spelers vanwege het aantal tijdstraffen onder de 7 daalt, moet de wedstrijd worden gestaakt. Het betreffende team is dan schuldig aan het staken van de wedstrijd.

 

Verplichte visuele controle veld- en zaalvoetbal

Naast de controle van de gegevens op de spelerspas met die op het wedstrijdformulier vindt er vanaf het seizoen 2013/?14 ook een verplichte visuele controle plaats aan de hand van de spelerspas. Deze visuele controle wordt fasegewijs ingevoerd:

  • Vanaf 1 september 2013: Verplichte visuele controle voor senioren mannen en categorie A;
  • Vanaf 1 november 2013: Verplichte visuele controle voor jeugdvoetbal jongens en meisjes categorie A;
  • Vanaf 1 januari 2014: Verplichte visuele controle voor senioren mannen en vrouwen categorie B;
  • Vanaf 1 maart 2014: Verplichte visuele controle voor jeugdvoetbal jongens en meisjes categorie B;
  • De betrokken clubs, spelers en officials ontvangen hierover nadere informatie.

 

(Visuele) controle van de spelerspas voorafgaand en tijdens de wedstrijd

  1. De aanvoerder / leider* zorgt dat hij in het bezit is/komt van de spelerspassen van het betreffende elftal/team.
  2. Op een door de scheidsrechter, in overleg met beide aanvoerders, te bepalen tijdstip voor de wedstrijd melden de aanvoerders zich met de passen bij de scheidsrechter. Bij standaardwedstrijden het verzoek de controle vroegtijdig te laten plaatsvinden. Dit in verband met de voorbereiding (warming-up) van de scheidsrechter.
  3. De leider / aanvoerder van het elftal/team overhandigt de spelerspassen van zijn elftal/team aan de scheidsrechter.
  4. De scheidsrechter controleert in het bijzijn van de aanvoerders, spelers en leiders van beide elftallen/teams de gegevens op het (digitale) wedstrijdformulier aan de hand van de spelerspassen.
  5. 5De aanvoerders/leiders tekenen vooraf het (digitale)wedstrijdformulier waarmee zij verklaren dat de spelers in het bezit zijn van een geldige spelerspas, gerechtigd zijn deel te nemen aan de wedstrijd en er een visuele controle heeft plaatsgevonden. Deze visuele controle wordt uitgevoerd op het veld, direct voorafgaand aan de wedstrijd. De aanvoerder / leider is verantwoordelijk voor een goed verloop van de controle en assisteert de scheidsrechter. De reeds aanwezige wisselspelers worden in de visuele controle meegenomen.
  6. De thuisspelende vereniging biedt de scheidsrechter, door tussenkomst van de aanvoerders, gelegenheid de spelerspassen tijdens de wedstrijd in een afgesloten plaats te kunnen opbergen. Bijvoorbeeld in de bestuurskamer of als waardevolle zaken in bewaring te geven. De aanvoerders regelen dit zodra de visuele controle heeft plaatsgevonden. Bevindt het speelveld zich op grotere afstand van de bestuurskamer, dan wordt ter plaatse voor een praktische oplossing gekozen door bijvoorbeeld de passen bij de leiders in bewaring te geven.
  7. Als een speler geen geldige spelerspas kan tonen, mag hij niet deelnemen aan de wedstrijd.

 

(Visuele) controle van de spelerspas na de wedstrijd

  1. De aanvoerders halen de passen na de wedstrijd weer op en overhandigen deze aan de scheidsrechter. De (visuele) controle na afloop van de wedstrijd vindt plaats in de kleedkamer van de scheidsrechter.
  2. De scheidsrechter controleert aan de hand van de spelerspassen de persoonsgegevens van de wisselspelers in het bijzijn van de aanvoerders / leiders en voert direct een verplichte visuele controle uit in aanwezigheid van de desbetreffende spelers
  3. Ook controleert de scheidsrechter in bijzijn van aanvoerders / leiders aan de hand van de passen de persoonsgegevens en de relatiecodes die aan het wedstrijdformulier zijn toegevoegd naar aanleiding van voorvallen en gebeurtenissen die voor, tijdens en vlak na de wedstrijd hebben plaatsgevonden.
  4. Leiders / aanvoerders paraferen vervolgens het (digitale)wedstrijdformulier, waarmee zij verklaren aanwezig te zijn geweest bij de (visuele) controle van de spelerspassen en geen bezwaar maken tegen de aantekeningen op het formulier. Als zij het niet eens zijn met de gang van zaken, kunnen zij dit melden bij de KNVB.
  5. Door ondertekening van het (digitale)wedstrijdformulier, verklaart de scheidsrechter alle gegevens te hebben gecontroleerd aan de hand van de passen en de visuele controle te hebben uitgevoerd.
  6. Vervolgens geeft de scheidsrechter de passen terug aan aanvoerders / leiders.

 

* Daar waar gesproken wordt van aanvoerders / leiders geldt dat in het seniorenvoetbal de aanvoerder en in het jeugdvoetbal de leider verantwoordelijk is.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!